
“Ik doe dit allemaal voor mijn gezin.” Ik hoor ondernemers dit vaak zeggen. En ze menen het ook echt. Het is de reden waarom ze ooit zijn begonnen, de gedachte die hen op de been houdt tijdens lange dagen.
Toch voelt het regelmatig alsof je tekortschiet. Het schuldgevoel sluipt erin op momenten die klein lijken. Als je een spelletje afslaat omdat je nog iets moet afronden. Als je er wel bent, maar je hoofd ergens anders zit. Als werk steeds weer voorrang krijgt, ook op momenten die voor je gezin bedoeld waren.
Dat gevoel pak ik vaak aan door harder te werken, alsof dat de oplossing is. Door het voor mezelf goed te praten. Door het later te compenseren met een uitje of iets leuks. Het voelt dan even beter, maar de kern verandert daardoor niet wezenlijk.
Want kinderen onthouden iets anders dan omzetgroei of een goed kwartaal. Ze onthouden aandacht. Een spelletje dat wel doorging. Het gevoel dat je er echt was, met je hoofd erbij.
Onlangs zat ik op de bank met onze jongste, telefoon binnen handbereik, half luisterend naar wat hij vertelde. Hij merkte het. Kinderen merken dat altijd. Toen ik de telefoon weglegde en echt ging zitten, veranderde het gesprek meteen. Hij vertelde meer, lachte meer, bleef langer zitten.
Dus de vraag die ik mezelf vaker stel: wanneer had ik voor het laatst volle aandacht voor mijn gezin, zonder afleiding?
Als die vraag blijft hangen, zie ik dat als een uitnodiging. Een moment om te kiezen voor wat je toch al wilde: er echt zijn voor de mensen waarvoor je dit allemaal doet.

